Koffie van het huis
El Paso rook naar warm asfalt en goedkope nachten. Luke zat op een krakkemikkige barkruk in een diner langs de Interstate 10, met zijn sneakerboots tegen de metalen rand van de toonbank. De tl-verlichting zorgde ervoor dat iedereen er een paar jaar ouder uitzag. Buiten vulde de zon de horizon met een woestijnkleurig oranje, terwijl een oude Chevy Impala stationair stond te trillen bij een bezinepomp.
‘Nice boots’, zei een stem naast hem. Een man met een versleten Stetson en de vermoeidheid van een lange rit keek naar zijn voeten.
‘Thanks’, zei Luke. ‘They used to be sneakers.’
De man knikte, roerde in zijn koffie alsof het een probleem was dat hij probeerde op te lossen. ‘Is that some kind of metaphor?’
‘Maybe.’
De serveerster, een vrouw met een paardenstaart en een blik die genoeg levensverhalen had gehoord om ze niet meer serieus te nemen, zette een dampende kop zwarte koffie voor hem neer.
‘On the house’, zei ze.
‘Since when does the house give a damn about me?’
‘Since you walked in here looking like your horse just left you.’
Luke grijnsde, blies over zijn koffie en nam een slok. Buiten stapte een vrouw in een witte tanktop en versleten Levi’s uit de Chevy. Ze trok haar zonnebril naar beneden en keek naar hem alsof ze hem ergens van kende.
‘Are you famous?’, vroeg ze.
Luke haalde zijn schouders op. ‘I used to be something else.’
‘Like what?’
Hij maakte aanstalten om een tweede slok te nemen. ‘Like somebody that got a second chance.’
Ze glimlachte, leunde tegen de deuropening en keek naar de horizon. ‘Well, don’t screw it up this time.’
Achter haar klonk het geluid van een motor die startte. Een vrachtwagenchauffeur rekende af en gooide een prop dollarbiljetten op de toonbank. Luke dacht na over hoe de woestijn dingen uitwist. Maar soms, heel soms, kreeg je de kans om iets achter te laten zonder het volledig kwijt te raken.
Hij zette zijn lege kop neer. Tijd om te zien waar de weg hem naartoe zou brengen.